In het donkerste uur van mijn gedachten,
Met de kracht die zij met zich mee brachten,
Probeer ik me te verzetten,
En me zelf zo te beletten,
Dat ik het geen wat k het meest vrees,
dat ik de dood een gunst bewees,
Een nieuwe ziel voor zijn collectie,
Een ziel is nog een te groot woord,
Iets wat mij slegt heeft toe behoord,
Zo vaak heb ik willen gaan,
Met me hand in die van de andere zijde gestaan,
Maar iets hield me hier,
En hoe graag ik ook wilde en wou,
Door iets of iemand zei de stem altijd,
Dit is niet de plek waar jij verblijven zal,
Dus nu loop ik vanuit het diepte van mijn ziel van het dal naar jou,
In mijn dromen zie ik de gene waar ik zo veel om geef en van hou,
En ik weet dat ik over vele jare hun weder zal zien,
Het doet mischien nu even pijn,
Maar ik weet dat ze er in me hart altijd zullen zijn,
Het is zo verweg en tog zo dichtbij,
Ooit zal ik weer naast mijn opa staan zij aan zij,
Ooit zal ik weer zien wie er altijd voor me was,
Ooit zal ik die oom zien die ik nooit heb gekent,
zal ik zijn waar zij zijn,
een plek zondr verdriet en zonder pijn….